Geschiedenis

Beknopte geschiedenis

Op 19 september 1957 werd, een paar maanden na het ontstaan van de toenmalige Technische Hogeschool, de studentvereniging Societas Studiosorum Reformatorum Eindhoviensis opgericht als afdeling van de landelijke S.S.R., oftewel "de Unie". De reformatorische gedachte waaruit deze Eindhovense vereniging was ontstaan vloeide echter snel weg in de ontzuiling van de roerige zeventiger jaren. Door het nieuwe verenigingsrecht ontstond in 1979 de mogelijk de statuten aan te passen en is S.S.R.E. veranderd in de algemene studentenvereniging SSRE.

Al snel had SSRE een eigen sociëteit aan de Stratumsedijk. Omdat men toen niet beschikte over een tapvergunning moesten de consumpties nog bij het naburige café gehaald worden. Tussendoor is de sociëteit nog eens verhuisd naar de Havenstraat, waaraan zij nu de naam 'eunaia', wat 'veilige thuishaven' betekent, te danken heeft. Uiteindelijk is de sociëteit door het groeiend leden aantal nogmaals verhuisd om zich tot op heden in "de Bunker" te vestigen.

Door de jaren heen heeft SSRE de nodige veranderingen ondergaan. Ondanks deze veranderingen zijn er natuurlijk een aantal gebruiken de afgelopen 51 jaar hetzelfde gebleven die de vereniging kenmerken. De belangrijkste eigenschap is door de jaren heen diversiteit gebleken. Dit komt tot uiting in allerlei verschillende disputen, jaarclubs en onderverenigingen en een scala aan activiteiten die elk jaar door en voor studenten georganiseerd worden. Zo mag SSRE zich al meer dan 20 jaar de grootste, mooiste en actiefste vereniging van Eindhoven noemen.

 Uitgebreide Geschiedenis

 De tijd zonder sociëteit

 Enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog ontstaat er in het zuiden van Nederland behoefte aan een technische hogeschool. Op dat moment is slechts een kleine afvaardiging van studenten in Delft afkomstig uit het zuiden. DSM, Philips, Commissarissen van de Koningin en de Kamers van Koophandel uit Brabant en Limburg roepen “de stichting technisch hoger onderwijs in het zuiden” in het leven, welke 4 locaties voorstelt: Weert, Den Bosch, Eindhoven en Maastricht. In 1955 wordt er een definitief wetsvoorstel ingediend en op 19 september 1957 opent Juliana de THE. Het eerste jaar bestaat uit 157 studenten, welke zich inschrijven bij de studies elektrotechniek (35%), werktuigbouwkunde (31%) en scheikundige technologie (34%). Maar liefst 60% van de studenten kwam uit de omgeving van Eindhoven.
 
Vanaf het oprichten van de THE wordt er gestreefd naar één studentenvereniging in Eindhoven. Er woedde een hevige strijd tussen de bisschop van Den Bosch en de eerder genoemde stichting technisch hoger onderwijs in het zuiden. De één wil een katholieke vereniging de ander een gemengde. Omdat nog steeds het idee bestaat dat het mogelijk is om één vereniging op te richten waarin elke student zicht kan vinden wordt het Eindhovens Studenten Corps opgericht. Uit een artikel in het dagblad “Oost-Brabant”, dat verhaalt over een bijeenkomst over dit onderwerp in de Old Dutch, blijkt dat niet iedereen het hiermee eens is: “nagenoeg alle studenten waren bereid tot het corps toe te treden; nagenoeg, want vier jongelui bleven afzijdig, daar zij voornemend zijn een eigen confessionele vereniging op reformatorische grondslag te vormen.” In de notulen van de oprichtingsvergadering van S.S.R.E. is te lezen dat de Unie al langer plannen had om een afdeling in Eindhoven op te zetten. In die vergadering wordt ook het eerste AB verkozen: Wim Kirchner als Praeses, Frans Roos als Ab-actis en Wim de Jonge als Fiscus.
 
In de eerste jaren werd er veel vergaderd en gerepresenteerd. In die vergaderingen was aanwezigheid van leden verplicht en bij afwezigheid moest van tevoren een schrijven ingeleverd zijn en eventueel een boete ter vergoeding betaald worden. De eerste HHL’s (HuisHoudelijkeLedenvergaderingen) werden gehouden in de sociëteit van het E.S.C., Ilium. De allereerste HHL vond zelfs plaats in de senaatskamer van het E.S.C. Bijna alle leden waren toenertijd namelijk dubbellid: “er moest toch ergens een biertje gehaald worden”. De vergaderingen toen waren heel anders ingedeeld, zo was er onder andere het verplicht bidden. In 1958 werd de eerste jaarclub -Romulus- opgericht, met als leden “de initiatiefnemers”.
 
In de eerste jaren van haar bestaan kende de vereniging S.S.R.E. nog geen eigen sociëteit. De eerste leden kwamen bijeen in vele kroegjes in en rondom Eindhoven en gaven op deze manier vorm aan hun gezelligheidsdrang. In de eerste jaren na haar oprichting werd S.S.R.E. langzaam opgebouwd. In deze jaren werden de eerste commissies geïnstalleerd en werden de vergaderingen druk bezocht. Het werven van nieuwe leden verliep voorspoedig, mede hierdoor werd het hoog tijd voor een eigen sociëteit. Dit lumineuze idee ontstond tijdens de eerste Dies Natalis, toen enkele S.S.R.E.-leden zich tegoed hadden gedaan aan een fles Hoppe. Deze fles werd later bewaard in een nis van de sociëteit. Het Hoppe-incident resulteerde in 1959 in het in het leven roepen van een bouwcommissie, welke op zoek ging naar een eigen sociëteit. Een jaar later werd de droom werkelijkheid: Stratumsedijk 95, onze eerste eigen sociëteit.

Stratumsedijk 95

 De bouwcie had na lang zoeken een onbewoonbaar verklaarde woning gevonden die gehuurd kon worden van de gemeente Eindhoven. Op 24 februari 1960 werd de eerste HHL gehouden in de nieuwe sociëteit. Tijdens deze vergadering werd er een sociëteitsbestuur en een sociëteitreglement in het leven geroepen. Het 3-koppige SB bestond uit een Praeses, een Ab-actis en een Fiscus. Eén van de (bijzondere) regels uit het reglement luidde dat er maar maximaal 10 rijwielen met of zonder hulpmotor tegen de gevel van de sociëteit geplaatst mochten worden.
De NC van 1960 deed een stapje in de corporale richting: het kaalscheren van de novieten werd ingesteld. Volgens de toenmalige NC-Praeses (Wim de Jonge) moest het niet als een vernedering gezien worden, maar als een teken van het feit dat degene die zich ingeschreven heeft student gaat worden. Men was er trots op, bovendien is het goed voor het haar. De toen geïnstalleerde novieten, 21 in totaal, hadden de nobele taak om onder het toeziende oog van de NC de sociëteit uit te breiden. De sociëteitszaal werd maarliefst tweemaal zo groot gemaakt. Bij de nazorg werden de leden onderverdeeld in groepen, die later disputen zouden kunnen gaan vormen.
 
Op 10 februari wordt de eerste sociëteitsdies gevierd. Er kwam een nieuw 4-koppig SB, waarvan de Praeses als belangrijkste taak noemde “het nauwlettend toezien op de mores en het behalen van een zo groot mogelijke winst”. Vooral dat laatste was erg belangrijk, daar S.S.R.E. binnen een jaar of drie op zoek moest naar een nieuwe sociëteit.. Dit moest ook zelf gefinancierd worden; echter het kapitaal van het SB bedroeg op 1 februari 1961 maar liefst 300,83 gulden.
 
Op de 50e HHL op 9 mei 1962 werden de drie eerste disputen van S.S.R.E erkend: Apex Est Senectutis Auctoritas (AESAu), Nobilia Nitimur onder de zinspreuk Necessitudine Nexi (NN) en het Illustere Dispuut Quare.
 
SSRE leefde langzaam toe naar haar eerste lustrum. Door het AB was er een bedrag gereserveerd van 1000 gulden, het was echter al snel duidelijk dat dit een veel te klein bedrag zou zijn. In maart 1962 melde de LC dat de begroting 6000 gulden bedroeg en dat de bijdrage per lid 45 gulden zou worden. Slechts één amice stemde tegen deze, naar zijn mening, te hoge bijdrage. Voor het vele werk dat de LC had verricht kregen ze zilveren penningen om te dragen tijdens de lustrumweek. De inzet van de leden was, waarschijnlijk is het altijd zo geweest, wat matig. Op de 58e HHL, op 19 september 1962, vertelde de Praeses dat er sinds dat het convocaat voor de vergadering gestuurd was, er toch nog genoeg leden zich hadden ingeschreven voor het lustrum. Was dit niet het geval geweest, dan had het niet door kunnen gaan. Ter geledenheid van dit lustrum kreeg de S.S.R.E. van de gemeente Eindhoven een gepast cadeau aangeboden, namelijk een vaandel, zoals deze nu nog steeds bij iedere A.L.V. naast de bestuurtafel hangt. Helaas kende het lustrumjaar ook een enorme domper. De sociëteit werd namelijk op 23 november om 6 uur drooggelegd: er mocht geen druppel drank meer worden geschonken. Het probleem: er was geen sociëteitsvergunning aanwezig. De politie had de sociëteit al vaker vereerd met een bezoek wegens de vele fietsen die het trottoir regelmatig versperden. Het SB had hierdoor aangenomen dat de gemeente op de hoogte was van de alcohol gerelateerde activiteiten binnen de sociëteit van S.S.R.E. en dat dit werd geaccepteerd. Helaas werd daar op de betreffende avond in november rigoureus een einde aan gemaakt. Het lustrum werd gevierd in Eindhoven zelf, omdat het lastig was daarbuiten een goede locatie te vinden voor de 80 leden die de vereniging ondertussen kende. Op dinsdag 2 oktober 1962 kreeg S.S.R.E van de gemeente het welbekende vaandel cadeau. Het lustrum werd afgesloten met een tweedaags congres met als thema “studenten zijn…. nu.”
 
De groentijd dat jaar was inmiddels achter de rug, maar helaas was deze dit jaar geen groot succes. De NC had aangegeven dat de ontgroening dit jaar harder en strenger zou zijn, maar dit had weinig goede effecten op de nuldejaars. Toen de nuldejaars op de 52e HHL aan het slot nog iets mochten zeggen, kwam er bij de meesten bar weinig uit. De leden stelden als reactie hierop zelfs voor dat de groentijd van één noviet nog met twee maanden moet worden verlengd. “hij is nonchalant ten opzichte van de Societas en sociëteit; zijn mentaliteit is niet de juiste; hij getuigt van grove onwil.” De NC was echter bereid voor hem garant te staan en hij werd alsnog geïnstalleerd.
 
De gemeente had bij het betrekken van het pand aan de Stratumsedijk laten weten dat het pand binnen drie jaar gesloopt zou worden. Dit moment was dichterbij gekomen en S.S.R.E. moest noodgedwongen op zoek naar een nieuwe locatie. Gelukkig was een nieuw pand al rap gevonden. De aankoop- en verbouwingskosten bedroegen naar schatting 25.000 gulden. Van ieder lid werd verwacht dat hij ten minste 100 gulden aan giften verzamelde en daarnaast nog een renteloze rekening van tenminste 100 gulden afsloot. Bovendien moest ieder lid 150 gulden lappen en gingen de prijs van ieder drankje met 5 cent omhoog. Op 3 oktober 1963 vergaderde S.S.R.E. voor het laatst in haar oude sociëteit. De nieuwe sociëteit aan de Havenstraat nummer 2 zou “Eunaia”, ofwel “ankerplaats” gaan heten. S.S.R.E. was in haar veilige haven aangekomen.

Havenstraat 2

Op 9 oktober 1963 werd de tweede sociëteit in de 50-jarige historie van de a.s.v. SSRE geopend. Dit gebeurde door middel van het bevestigen van een anker aan de sociëteitsmuur waardoor onze sociëteit de naam “Eunaia” kreeg. Een half jaar later was de vereniging erin geslaagd de financiële zaken omtrent de verbouwing en verhuizing op orde te hebben, zodat er een begin kon worden gemaakt met het vormen van een werkkapitaal. Het pand aan de Havenstraat, bestaande uit een bar  (the Cosy Corner) een dispuutkamer en bibliotheek, was een perfecte accommodatie voor een bruisend sociëteitsleven. Ook in die tijd had ieder dispuut zijn eigen dispuutavond. Aangezien er toentertijd vier disputen waren (Apex Est Senectutis Auctoritas, Nobilia Nitimur, het Illustere Dispuut Quare en Cratera), bleek één dispuutskamer niet voldoende. Had je als dispuut ’s avonds het geluk te ogen zitten in deze kamer, dan hoefde er niet gerekend te worden op een rustige avond. De concurrentie probeerde het leven in de dispuutskamer onmogelijk te maken. Een populaire methode was het klooien aan de kachel in de sociëteit, hetgeen het uitroken van het dispuut in de dispuutkamer tot gevolg had.
 
Met de buurt had S.S.R.E. het getroffen. De buren aan de ene zijde waren stokdoof en de buren aan de andere zijde trokken enkel aan de bel als het lawaai alle perken te buiten ging. Een voorbeeld van geluid alle grenzen overschreed is te boek gegaan als het “piano-incident”. Een paar amici vonden dat het tijd werd voor een openlucht pianoconcert, en wel om drie uur in de nacht. Vandaar dat de piano naar buiten werd verplaats en de leden een mooi concert weggaven. Echter konden de buren het pianogepingel en het gebrul van het achtergrondkoor niet waarderen. Dit resulteerden in een boete van 65 gulden per persoon.
 
In 1964 was het weer zover, de sociëteit werd opnieuw drooggelegd. Dit keer werd de zaak formeel uitgevochten wat resulteerde in het heugelijke feit dat S.S.R.E. de eerste vereniging in Eindhoven was met een sociëteitsvergunning! Helaas moesten de leden tijdens de drooglegging uitwijken naar andere gelegenheden voor hun consumpties, daarom nuttigde men bier in de zogenaamde “Kitty-bar”.
 
In 1968 werd er tweemaal in de sociëteit ingebroken waarbij flink wat geld werd gestolen. Als gevolg hiervan, en mede door de groeiende kasverschillen, besloot men om een commissie van Bedrijfskundigen te installeren om de financiële wegen van de vereniging door te lichten. Zij kwamen tot de conclusie dat S.S.R.E. een bonnetjessysteem moest gaan invoeren, hetgeen ook is gebeurd.
 
Eind zestiger jaren vond er nog een verandering plaats in het voeren van HHL. Het voorlezen uit de bijbel, wat tot dusver altijd op de agenda stond, werd vervangen door het declameren van bekende geschriften of het ten gehore brengen van al of niet moderne muziek. Onder andere hieruit blijkt de vereniging aan het veranderen was, evenals de Nederlandse samenleving. De studenten werden kritischer en een vereniging die vasthield aan oude gebruiken en principes voldeed niet meer aan de behoeftes van de student van toen. De mores van de kroeg waren vroeger heel veel anders dan nu. Nu is het zo dat gympen, witten sokken en het dragen van een jas in de sociëteit uit den boze is, maar toen der tijd mocht je enkel gekleed in jasje dasje en een wit overhemd de sociëteit betreden. Een ander voorbeeld van de verwatering van de mores, is de ongelijkheid die minder werd tussen de leden. Vroeger bestond er namelijk een stoelenregeling, wat inhield dat de eerstejaars niet mochten zitten op de luie stoelen die zich in de Cosy Corner bevonden. Dit veranderde later, waardoor eerstejaars wel op de stoelen mochten zitten, maar op verzoek deze altijd moest afstaan aan een ouderejaars. Niet alleen mores veranderden, maar ook de grondslag (“De grondslag van S.S.R.E. is de bijbel, opgevat overeenkomstig de Drie formulieren van Enigheid”) van de vereniging. Tijdens de beginjaren van S.S.R.E. stond voorop dat alleen Christelijk Gereformeerde en Gereformeerde studenten lid konden worden. Echter door de toenmalige ontwikkelingen in de kerken, sprak deze grondslag weinig mensen meer aan wat tot gevolg had dat S.S.R.E. besloot haar grondslag te wijzigen in: “De grondslag der vereniging is de boodschap van de bijbel, zoals zij in de traditie der Christenheid, met name de Reformatorische, doorwerkt, als richtsnoer voor de vormgeving van het studentenleven”. Dit had tot gevolg dat het confessionele karakter van de vereniging vervaagde. In de midden jaren zeventig is S.S.R.E. nauwelijks meer Reformatorisch te noemen. Daarom werd op 23 april 1979 de naam van S.S.R.E. veranderd in “de algemene studentenvereniging SSRE”.
 
Halverwege de zestiger jaren begon S.S.R.E. te groeien, hierdoor werd de sociëteit aan de Havenstraat te klein. Wederom moest op zoek worden gegaan naar een nieuwe sociëteit. Al snel ontstond het idee om de bejaarde buren te overtuigen van het feit dat zij het najaar van hun leven in een ander stulpje konden slijten. S.S.R.E. zou een nieuw onderkomen voor de buren verzorgen, en de buren zouden hun huis aan S.S.R.E. schenken, zodat er kon worden uitgebreid. Maar helaas, het echtpaar was niet bereid hieraan mee te werken. Er is zelfs nog geprobeerd om door middel van integreren met de kleindochter het echtpaar ervan te overtuigen dat het echt beter was om te verkassen. Ook dit mislukte. Dus de hoop op het verdere bestaan van de sociëteit aan de Havenstraat was vervlogen. Op zoek naar een nieuwe locatie dus. In die tijd werd het voor ons ó zo bekende studentencomplex “de Bunker” gebouwd. Na veel discussie op de HHL’s, werd besloten de Stichting Studentenvoorzieningen Eindhoven (SSE) in te lichten over de interesse, die bij S.S.R.E. bestond voor het betrekken van een deel van de bunker. De ruimte van het E.S.C. was begroot op 500 man. Toen echter bleek dat het E.S.C. maar met 250 man naar de bunker trok, was het niet moeilijk meer het E.S.C. te verleiden de kelder van hun ruimte af te staan aan onze vereniging. En zo betrok onze vereniging S.S.R.E op 28 februari 1970 de kelder aan de zuidvleugel van de bunker.

De Bunkertijd

Het in gebruik nemen van de Bunker in 1970 moest uiteraard groots gevierd worden. Daarom werd voor de opening van de nieuwe sociëteit “Eunaia” flink uitgepakt. Vele feesten werden voor dit mooie feit gehouden! Een voordeel van het onderkomen in de Bunker was dat de feesten al om vijf uur ‘s middags konden beginnen, omdat de mensa ook in de bunker zat.
 
Door alle nieuwe ruimte lieten de leden hun ideeën de vrije loop en bedachten ze veel nieuwe activiteiten. Er was ruimte voor een doka en dus ontstond de fotoclub Leonardo, SOS organiseerde regelmatig zaalvoetbaltoernooien, en het verenigingszeilen werd ingevoerd. Vanaf 1972 werd bovendien het Sinterklaasfeest georganiseerd op de sociëteit. Helaas heeft nog nooit een SB-praeses, of later socciewoordvoerder, dit feest kunnen verblijden met zijn of haar aanwezigheid.
De mannen en vrouwen binnen de vereniging integreerden er in deze tijd lustig op los met elkaar. Dit fenomeen nam echter dusdanige vormen aan dat het AB ’74-’75 besloot om het inter-SSRE-studentenhuwelijk in te voeren. Zelf deed het bestuur van S.S.R.E vrolijk mee: er is zelfs een AB geweest waarvan 4 van de 5 met een amica/amice trouwden. Het moest niet veel gekker worden!
 
In zo’n nieuwe sociëteit raak je natuurlijk ook snel dingen kwijt. In november ’71 kwam het AB erachter dat hun linten weg waren. Daarom werd een commissie opgericht: de “Commissie tot opsporing en de voorgeleiding van voortvluchtige eretekenen, ter omhanging van het AB, als bedoeld in het huishoudelijk reglement hoofdstuk 3, art. 5.”
Ondanks de inzet werden de linten echter nooit gevonden en zijn er nieuwe gemaakt. Deze linten hebben vele besturen trouw gediend, tot echter in de jaren ‘90 een zesde bestuurder in het leven werd geroepen.
 
Al deze nieuwe activiteiten hadden echter niet tot gevolg dat er nieuwe leden binnenstroomden. Dat werd juist steeds moeilijker. Niet alleen onze vereniging maar ook het E.S.C. had hier last van. Hun sociëteit werd ze te groot en daarom verhuisden ze naar onze andere kant en gingen in de latere mensa zitten. Ook wij werden kleiner. Dit had tot gevolg dat disputen verdwenen en dat commissies moeilijk werden gevuld. Daarom werd er flink aan de novitiaatsperiode gesleuteld. Het novitiaatreglement werd afgeschaft zodat elke NC volledig zelf kon bepalen wat ze wilden gaan doen. Van een ontgroening was uiteindelijk weinig sprake meer, in tegendeel: er werd gezellig geborreld met de sjaarzen. In deze tijd werd ook voor het eerst de Intro georganiseerd zoals we deze nu kennen. Sommige dingen zijn nooit veranderd, want ook toen al begeleidden zoveel mogelijk leden van S.S.R.E. een Introgroepje.
 
In 1977 sloegen S.S.R.E., E.S.C. en Demos de handen ineen en werd voor het eerst het forum georganiseerd. Het mocht alleen niet baten. Werden er in 1972 nog 44 nieuwe leden geïnstalleerd, in 1977 waren er dat nog maar 9. Enkele jaren daarvoor had het AB het ledenbestand al eens voor het licht gehouden en de “papieren leden” eruit gehaald. Van de 162 bleven er toen 117 over. In ’77 waren er nog maar 75 leden, waarvan 57 actief. Hierdoor brandde ook de discussie los over het aannemen van niet TU-studenten. In ’71 werden voor het eerst 6 HBO’ers (allen van het vrouwelijk geslacht) geïnstalleerd.
 
Door het gebrek aan leden raakte vele dingen in verval. Veel mores werden afgeschaft en in de Hic Est kon je alleen lezen hoe slecht het met de wereld, met de TU/e en met de vereniging ging. Er werd vooral geklaagd dat de leden alleen naar de kroeg kwamen om te zuipen en lol te hebben, van enige vorming kwam niets meer terecht. Door de weinige leden konden veel disputen niet overleven, en omdat de vereniging vooral op disputen dreef werd ook de vereniging minder actief. Het eerste dispuut dat viel was A.E.S.A.U.. Snel daarna verdwenen ook N.N. Spes en Dianoia. Hoewel Cratera nooit is opgeheven, verdween ook zij en met haar de muziekband  (de leden woonden met zijn allen op een dispuuthuis). Zodoende bleef alleen het Illustere Dispuut Quare over. Zelfs het bestuur had moeite om leden te vinden. Ze moesten het regelmatig met 3 of 4 mensen doen. Om de taken van het SB te verlichten is toen besloten om een tapperscollege op te richten.
De seventies waren wellicht niet de meest glorieuze jaren van de vereniging, maar gelukkig kon het vanaf toen alleen nog maar beter worden. In 1977 werd ondanks de kleine ledenaanwas (9) het leuke dispuut Drôle officieel erkend als dispuut van de S.S.R.E. In dat jaar werd bovendien gestart met het herschrijven van de statuten. Deze verandering was al eerder ingezet door gedoe met de Unie en veranderingen in het Burgerlijk Wetboek. Dat leidde er op 1 juni 1979 toe dat de a.s.v. SSRE uit de Unie stapte en vanaf toen was het definitief gedaan met het Reformatorische karakter van de vereniging. Na de hervormingen werd een oprichter (W.J.M de Jonge) gevraagd wat hij vond van de veranderingen. Hij gebruikte de mogelijkheid om geen spaan heel te laten van de wijzigingen. Hij was het er niet mee eens dat de grondslag uit de staturen gehaald was en dat de a.s.v. SSRE dezelfde naam had gehouden. Hij vond dat de vereniging had moeten worden opgeheven en dat een nieuwe vereniging gesticht had moeten worden.
 
Oude tradities werden hersteld, het novietenboekje werd weer ingevoerd en jaarclubs werden weer gevormd. De vereniging begon weer een beetje te schijnen. Er werden weer lichtingen geïnstalleerd van 50 of meer leden. Het ging duidelijk de goede kant op.
 
Toch was er opnieuw iets kwijt van de vereniging: het vaandel. De opsporingscommissie deed uiteindelijk aangifte (het vaandel was tenslotte 4000 gulden waard!) en aan het einde van het jaar was het opeens weer daar.
In 1979 sloeg het AB alarm over het lage aantal vrouwelijke leden. Plan van aanpak: een week vol activiteiten met (aankomende) HBO-studenten, waarvan een groot deel vrouwen. Resultaat: 1 (!) nieuw HBO-lid. Dit mocht de pret echter niet drukken en de vereniging was actief als nooit tevoren. Het dispuut “Met Peren” werd opgericht en met moeite ook “Gloria”. Omdat het laatste dispuut alleen maar uit ouderejaars leden bestond werd ze helaas het volgende jaar alweer opgeheven. Ook de onderverenigingen staken de kop weer op. ’Net achter ‘t net‘ en ’Beauregard‘ (filmclub) werden opgericht.
Door alle nieuwe leden kampte de vereniging met ruimtegebrek. Omdat het E.S.C daar ook mee kampte, stelden zij in 1982 voor om samen de pastorie van de steentjeskerk te betrekken. Dit vond de a.s.v. SSRE echter geen goed plan en na ook een aantal andere plannen bekeken te hebben werd besloten om gewoon in de Bunker te blijven. Het volgende jaar was men solidair met de gokkers en werd de Consiliation d’Hasard “Le Louche” opgericht. In datzelfde jaar werd voor het eerst Nieuwjaar gevierd en werd er van de vijf-guldenkaart overgestapt naar de tien-guldenkaart.
 
De NC van dat jaar besloot om het anders aan te pakken. Aparte NC-kleding werd ingevoerd, naast een fenomeen waar vooral de kippenboeren in de buurt blij mee waren: de eier-dropping.
Met de peren van “Met Peren” ging het echter minder en het dispuut viel uiteindelijk weg. Daarvoor in de plaats kwam, na veel protesten, het dispuut WASSADAMO.
 
In de loop van de jaren was de bierprijs opgelopen van 50 naar 90 cent. Het SB sloot echter een contract met Amstel, waardoor (als leuke bijkomst) de bierprijs omlaag ging. Door de lage prijs van de drank gingen sommige leden net iets te ver. Dit leidde in januari 1986 tot het beruchte “drankincident”. Het betrof hier zeven leden die op een avond rustig aan de bar zaten te ouwehoeren met een drankje. Zes hiervan dronken cola en de zevende dronk, terwijl hij het niet echt goed doorhad, een mix van cola, tia-maria, wodka en spuitwater. Dit ging door totdat de bewuste persoon niet meer zo bewust was en in coma raakte. Deze persoon is gelukkig na een dagje ziekenhuis weer wakker geworden. Helaas raakte justitie erbij betrokken en was SSRE te vinden in alle dagbladen. De zes leden werden zes weken geschorst en kregen een officiële berisping van justitie en daar bleef het bij. Leuk verhaal hierbij is dat de ballenjongens van de buren het nodig vonden om een artikel in de dagbladen te plaatsen waarin zij ons gedrag afkeurden en verklaarden dat zij dat niet zouden doen. Het Tilburgse studentencorps Sint Olof reageerde daarop met hun artikel, ook in de landelijke dagbladen, dat het E.S.C een laffe actie had uitgehaald en dat het eigenlijk een kontvereniging was.

De nieuwe disputen

In de jaren ’80 was de vereniging gegroeid naar zo’n 300 leden. Eind jaren tachtig waren er zelfs lichtingen die uit ongeveer 100 man bestonden. De disputen konden alle nieuwe leden niet aan, dus schoten er nieuwe disputen als paddenstoelen uit de grond. In 1986 werd het dispuut “A Capriccio Ad Nauseam” erkend. Hierbij was echter slechts één lid van het dispuut op de A.L.V.. De anderen waren namelijk gezamenlijk door de andere disputen ontvoerd.
 
In 1987 werden zowel Latent Talent als VVV (Veni, vidi, vici) erkend op dezelfde A.L.V.. Na een lichting van 103 nieuwe leden in ’89 was er plaats voor nog meer disputen. Het dispuut Astarte ontstond en ook het herendispuut Pegasus zag het licht. De komst van Astarte ging gepaard met de komst van het fenomeen rugbytrui. In dat jaar werd echter A Capriccio Ad Nauseam opgeheven. Pogingen tot een doorstart als “B Capriccio Ad Nauseam” waren niet succesvol. Een jaar later kende de vereniging ook haar eerste vrouwendispuut: La Donna è Mobile. In ’93 was het ook de beurt aan het Vikingendispuut Ragnarøk en de heren van Duysz Ther Ghasth om erkend te worden als dispuut.
 
In datzelfde jaar liet VVV weer het leven en dat werd vervangen door vriendengroep Kimae. Dat dispuut is nooit erkend en na een tijdje als niet erkend dispuut te hebben rondgelopen hief men zichzelf op. Dit voorbeeld werd door Duysz Ther Ghasth gevolgd. Ook zij werden opgeheven, op de 325ste A.L.V. Hierna was het een tijdje stil rond op te richten (of dood te gane) disputen. Maar in februari 2000 werd onze vereniging uitgebreid met de vrouwen van Lalyta. Zo zijn we gekomen bij de huidige 9 disputen die de a.s.v. SSRE kent.
 
In 1991 werd de OV-jaarkaart ingevoerd. Dit leidde ertoe dat de jaarlijkse SB-rally veranderde. Was de rally voorheen bedoeld om met auto’s zo snel mogelijk een parcours langs verschillende opdrachten af te leggen (waarbij de auto’s lang niet altijd heel bleven), nu werd besloten om de rally met het openbaar vervoer te doen. In datzelfde jaar werd ter ere van het 7e lustrum van de TU het SSRE debattoernooi voor het eerst georganiseerd. Dit is uitgegroeid tot het NK-beleidsdebateren wat jaarlijks plaatsvindt.
 
Er werd lange tijd Amstel getapt op de kroeg, maar omdat Amstel soms voor een droge bek zorgde bij de leden werd omgeschakeld op Oranjeboom. Maar na enkele jaren had iedereen al genoeg van de bijbehorende hoofdpijn, zodat er uiteindelijk een contract met Bavaria werd afgesloten.
 
Toen de 90’s eenmaal goed begonnen waren brak er een ware kakkerlakkenplaag uit op de sociëteit. Stampen en branden bleek effectief maar hierbij kwam het  nadeel kijken dat je zere voeten en brandwonden kreeg en de bar zwarte plekken vertoonde. Meer sadistische manieren waren de “Croque Kakkerlak” (in het tostiapparaat gooien) en de magnetron. Wetenschappelijk SSRE-onderzoek toonde aan dat een kakkerlak na gemiddeld 18,3 seconden daarin explodeert.
In deze tijd ontstond ook de traditie om op afspraak andermans kroeg binnen te vallen. SSRW en SSRR kwamen regelmatig langs voor een flinke partij brassen.
 
1993 is het jaar dat het SB wordt vervangen door een SBC (sociëteitsbestuurcommissie). Zo ging men terug van acht naar vijf leden, die werden bijgestaan door het tappersgilde. In ’95 werd deze structuur weer anders doordat er maar zes AB-ers een beurs zouden krijgen. Er werd in een extra A.L.V. besloten om de zes AB-ers te installeren en de SBC te laten vervallen. Uit het tappersgilde ontstond de SociëteitsCommissie, of kortweg Soccie.
 
In 1995 werd bovendien een BouwCommissie opgericht. Deze commissie zorgde er uiteindelijk voor dat op 19 maart 1997 de nieuwe sociëteit officieel in gebruik genomen werd. Er is een hoop verbouwd. De kroeg is verhuisd uit de kelder naar een verdieping daarboven. Daarvoor in de plaats zijn een keuken, commissie- en bestuurskamers  en een voorraadhok gekomen.
 
Grote veranderingen zijn vanaf toen niet meer gedaan. Dat betekende echter niet dat er niets meer gebeurde. De verenigingsagenda stond bol van activiteiten die door van alles en iedereen werden georganiseerd. Nu nog steeds organiseren de disputen jaarlijks onder andere sporttoernooien, cantussen en survivaltochten, vindt het debattoernooi plaats en komen er bevriende verenigingen binnenvallen.

Het Lustrumjaar

Na een intro van 2006 waarin iedereen een streepje vóór had, brak het lustrumjaar aan. In de Diesweek werd onder het motto 1001 nachten de sociëteit omgetoverd tot een paleis uit het Midden-Oosten. Het lustrumjaar startte met als thema “adembenemend”. In december werd afgereisd naar Antwerpen voor een lustrumgala. Overdag genoten de disputen van hun eigen activiteiten om ’s avonds helemaal los te gaan. De portemonnee werd geleegd of gevuld bij Le Louche, en toen op een gegeven moment alle alcoholische versnaperingen op waren, werd het tijd om terug naar Eindhoven te gaan. Dat jaar werd het debattoernooi in een andere format georganiseerd, namelijk met alle debatten op één dag. Het toernooi werd gewonnen door Lisanne Havinga en Marieke Oosterbaan, beide eerstejaars bij het dispuut La Donna è Mobile. Tijdens de AB-tapweek werd de sociëteit omgetoverd in een Ierse pub, stonden er AB-ers in bunny-suits en gigolo outfits achter de bar en werd het E.S.C vereerd met een vermelding in de winnende rap uit de rapbattle.
 
Zoals bij de viering van een lustrum hoorde werd dat jaar ook de dag van de vereniging georganiseerd. Op Goede Vrijdag werden willekeurig groepjes leden gemaakt waarmee onder andere kratjes werden gestapeld en enthousiast Twister werd gespeeld. Dit was een groot succes.
 
In juni was het tijd voor weer een grandioos feest van de LC: Club 040. Het stadhuisplein stond na een natte start uiteindelijk bomvol mensen die uit hun dak gingen terwijl niemand minder dan Gregor Salto en Laidback Luke stonden te draaien. Vanaf elf uur ’s avonds werd het feest in de kroegen van Stratum voortgezet.